Tijdens een intensieve periode kwam ik in één week op allerlei manieren de Jacobsschelp tegen. De schelp verbindt me ten eerste met mijn jeugd. De Jacobskerk in het dorp van mijn geboorte was een oriëntatiepunt en vaak heb ik er in de banken gezeten en mocht ik er voorgaan.
De schelp is een verbeelding van wat niet te verbeelden voor me is, Gods aanwezigheid die zich krachtig en sterk aan mij voordeed op de plek van mijn diepste angst. In de schelp is de zee, het waaien van de Geest,  de chaos en de vaste kustlijn, de verte en het verlangen.
De schelp verbindt me met Sint Jacob de Meerdere. Als één van de zonen van Zebedeüs, werd hij hij samen met zijn broer, Johannes door Jezus als apostel geroepen.  Hij liet zijn vissersnetten achter, volgde Jezus, om visser van mensen te worden.
Het beeld van de Jacobsschelp groeide uit tot een verlangen om op pad te gaan als pelgrim en op weg te gaan naar Santiago de Compostella. Van pelgrimeren wordt gezegd dat het niet gaat om de bestemming, maar om de weg. Ik neem daarom alle tijd om elk jaar een paar etappes te lopen, net zo lang tot ik me ooit kan voegen op de hoofdweg waar pelgrims uit allerlei landen samen komen en de laatste ruim 800 kilometer achter elkaar zal afleggen.