Ik was het

Niet dat ik het iemand gun,
het alles verterend schroeien
van eigen schuld;
de uitputtende last van het
dragen van wat er is mis gedaan.

Niet dat ik iemand het toewens,
het wroegende geweten dat
ieder moment van rust verstoort;
de misselijk makende smaak
van eigen zonden.

Maar wat gun ik het, wie
snakt naar erkenning
van aangedaan pijn.
Wat wens ik het toe, de mens
die levenslang verwond is,
dat iemand toegeeft,
dat iemand zegt:
Ik was het,

Ik.

(Antwoord bij Psalm 38, in de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde)