Je mantel afleggen


(Preek bij Fillipenzen 2: 5 – 11 en Lucas 19: 35 – 40,  gehouden op Palmpasen op zondag 14 april 2019 bij mijn afscheid uit Noordwijk)

inleiding
Indrukwekkend vind ik dat altijd, dat verhaal van de intocht in Jeruzalem. De leerlingen van Jezus organiseren een ezel, waar Jezus op kan gaan zitten. Maar eerst nog doen ze hun mantels uit, en gooien ze op de ezel, zodat Jezus daarop kan gaan zitten en ze gooien de mantels op de vieze grond en laten daar die ezel over gaan. Er wordt gezongen en gejuicht. Allemaal vrolijkheid. En toch…

mantels als pantsers
Die mantels dat intrigeerde me vandaag, want ik kom nog uit een generatie, waar oudere vrouwen, zoals mijn oma’s en tantes zich kleden met hoeden en mantels. Wollen mantels.
De vrouwen uit de familie van mijn moeder hadden een stevig postuur en hadden een rijzige gestalte. Met haar mantels aan en die hoeden op kregen ze iets onbenaderbaars.
Als ze al lief waren, dan werd dit weggestopt onder een mantel van degelijke strengheid.
Door hun houding en kleding dwongen ze respect af en je vergiste je niet om ze met u aan te spreken.
Ik vraag me af of zij hun mantel zouden hebben af gedaan, toen en lang geleden, bij die vrolijke intocht van Jezus. Zouden ze het aangedurfd hebben, hun zachte wollen pantser waarmee ze hun plek in de wereld markeerden van zich af te laten vallen?
Zodat wat daaronder zich afspeelde opeens zichtbaar zou zijn. Hun verborgen verhalen van kwetsbaarheid?

identiteit als mantel
Wees maar niet bang, dit wordt geen verhaal over mijn familie. Eigenlijk hoop ik dat wat ik ga vertellen iets van ons allemaal is of wordt. En het gaat ook over mijzelf.
De lezingen vertellen op twee manieren over het afleggen van wat je kan verbeelden met een mantel…
Je identiteit, die je gegoten zit als een goed aansluitende jas, dat je die van je aflegt. Volgens mij is dat wat er in de brief aan de Fillipenzen over Jezus wordt onthuld. Hij legt zijn mantel af, zijn oorspronkelijke identiteit.
Nadat er een oproep wordt gedaan dat die gezindheid in de gemeente zou moeten heersen, wordt uitgelegd wat die gezindheid van Christus Jezus eigenlijk inhoudt.
Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast.
Hij keerde zijn identiteit volledig om…gooide die jas weg – hij deed er afstand van…

menselijk ontmoeten
Er bleef geen andere mogelijkheid over, geen andere weg om mensen te ontmoeten, dan als mens onder de mensen. Het lukte om de één of andere manier maar niet om in de levende woorden van de Torah, mensen aan te spreken, maar nu moest het gebeuren in lichaam en ziel; lijf en leden, als een mens.
Jezus haalde op geen enkel moment zijn goddelijkheid tevoorschijn, om zich voor wat dan ook te beschermen, of weg te duiken voor het lijden waar hij doorheen moest …en voor de dood. Hij wierp zijn mantel van zijn goddelijkheid af.

alles uit
Deze toewending van God naar mensen, is mij steeds meer tot de verbeelding gaan spreken tijdens mijn pioniersreis, die in Breda begonnen is. Pas door dat pionieren ben ik deze tekst gaan horen als een levende werkelijkheid, levende woorden, die ook mij aanspreken.
Deze Jezus heeft zich leeg gemaakt, alle fleur en franje van zich af geworpen…om maar mensen als mens te kunnen ontmoeten. Het is voor mij steeds duidelijker geworden, dat alles wat bij mijn mantel hoort, mijn predikantschap, mijn gelovig mens zijn, dat ik dat moet afleggen, pas dan kan ik mensen ontmoeten, mensen of ze nu geloven of niet geloven, of anders geloven.
Alles uit, franje en fleur.

onveilig
Ook heb ik gemerkt als je dat probeert te doen, dat ik me onveilig voelde.  Want het is zo anders dan toen ik nog wijkpredikant was. Het kerkgebouw alleen al biedt bescherming.
Hier binnen de muren is het redelijk vanzelfsprekend dat ik de kansel beklim, dat ik een verhaal houd en u luistert. De afspraken zijn duidelijk en dat biedt bescherming, het maakt het mogelijk om te spreken.
Op het moment dat je dat niet meer hebt en je gaat buiten het gebouw staan, bijvoorbeeld op het strand, in de tuin van het Windkrachthuis, of tijdens een iftar in de Ramadan; dan ben je opeens al die afspraken kwijt en al die veiligheid valt weg.
Het is maar de vraag als ik begin te spreken, of iemand er iets van begrijpt en er zin in heeft en niet boos wegloopt of zich aangevallen voelt.

onbeschut kerkzijn
Het predikantschap is zo anders, als pionier.  En dat merkt het team ook, het pioniersteam. Want ook zij merken iets van die onbeschutheid van dat anders kerkzijn buiten de gevestigde paden. Bijvoorbeeld als wij een activiteit organiseren en nooit en nooit en nooit weten of er mensen komen. Het altijd weer een gok, altijd weer een verrassing. Daar kun je flink zenuwachtig van worden en flink onzeker.
Het is echt een ander gevoel.
Het is open en onzeker.
Open en ook onveilig.

pioniersgetob
En die onzekerheid over dat werk en die onveiligheid, die kruipen ook je ziel binnen.
Tenminste zo is het mij wel vergaan. Wat kan ik delen van mijn geloof en op welk moment is dat passend en heilzaam? Of komt het er juist op aan te blijven zwijgen, door te vragen en te blijven?
In ieder geval kan ik op geen enkel moment de vanzelfsprekendheid van mijn ambt of geloof aantrekken. Wil ik werkelijk de ander horen, dan moet ik alles wat mij bescherming biedt afleggen en alle stemmen in mij tot zwijgen brengen.
Vandaag neem ik jullie mee, even in mijn binnenkant in mijn persoonlijke pioniersgetob en het innerlijk gesprek daarover met mij zelf en wie ik God noem.
Zoals ik God tot nu toe begrepen heb uit de bijbel.
Dat gesprek is voor mij meer en meer gegaan is over wat het voor mij betekent, om in de gezindheid van Christus Jezus uit te leven. Om me daardoor te laten bepalen.

buigen en knielen
Jezus, zo horen wij, nam de gestalte aan van een slaaf.
Hij was niet meer van zichzelf, geen eigen baas, maar zich voortdurend bewust van wat hij in zijn leven te doen had…de wereld lief hebben.
Hij liet dat bijvoorbeeld zien in het wassen van voeten. Een klein en ook wezenlijk en groot gebaar. Hij waste de voeten van zijn leerlingen vlak voor het laatste avondmaal
En wie voeten gaat wassen kan dat niet anders doen dan door je te buigen en te knielen voor de mens van wie jij de voeten wast.
Slavenwerk: buigen en knielen voor de ander.

navolging
De leerlingen van Jezus laten ook van die gezindheid zien, door bij de intocht van Jezus in Jeruzalem hun mantels op de vieze straat te leggen en op die ezel. Zo geven zij eer aan de mens, die zijn goddelijkheid heeft afgelegd en kan deze mens gaan over de mantels van dienstbaarheid. Als een belijdenis van navolging, is wat ze doen.
Dat het afleggen van die mantels geen leeg gebaar is, weten wij uit de verhalen die over de leerlingen van Jezus worden vertelt, hun levenseinde wordt getekend door marteling en marteldood. Tot zover gaat het bij hen, het afleggen van hun mantel.

wonderen ontdekken
Het gaat niet om de grote of kleinte van het gebaar…maar wel om de beweging. Dat je steeds bij alles wat je doet je buigt naar de ander, je door de knieën laat gaan met als enige doel, de ander in liefde te ontmoeten.
Soms, hier en daar, slaat dan de vonk over. Soms zag ik het even gebeuren, en dan hoorde ik in mijn leegte zingen: ‘het is vol wonderen om me heen’.
Zo kan het gaan, als jij jouw mantel afdoet.
Dat je opeens andere dingen gaat zien, dat jij je klein maakt, – probeert te maken en dat dat lukt heus niet altijd -, maar dat je verlangt de ander lief te hebben in navolging van Jezus, in navolging van God, die hemel en aarde schiep en de mensen liefhad tot in alle uitersten.
En als ik dan kon zien dat er iets gebeurde bij de ander,
Of iemand kwam even uit zijn of haar eigen pantser vandaan, dan vond ik dat een wonder.
Palmpasen vieren wij vandaag, een bitterzoet feest.
Waarbij wij allemaal op onze eigen manier gevraagd worden: Wil jij ook je mantel af leggen?
Wil jij het ook proberen?
Een beetje kwetsbaarder te zijn, eenvoudiger… mens zijn voor een ander om lief te kunnen hebben.

afleggen en vertrouwen
Vandaag leg ik deze mantel af, van mijn predikantschap in Noordwijk en ga ik een nieuwe fase in waarin ik veel minder zichtbaar mijn ambt zal dragen.
Ik leg mijn mantel af als pionier voor Windkracht 3pt0 en ik doe dat ik een een groot vertrouwen. Groot vertrouwen in het team, juist ook omdat jullie gezien hebben en ervaren hoe af en toe die wondertjes kunnen gebeuren. Blijf je verwonderen, het zal je voeden en dragen.
Ik leg deze mantel af in groot vertrouwen in u als gemeente van Noordwijk. U heeft ruimte gemaakt om zo’n vreemd mens de ruimte te geven hier wat rond te darren, te spelen, te bouwen, om verbinding te zoeken met de middengeneratie. Soms lukte dat, soms mislukte dat ook -en dat is verdrietig als het mislukt –
U gaf steeds vertrouwen en ik hoop dat u dat blijft doen,  vertrouwen in het team, dat heeft het erg nodig,  vertrouwen aan het geheel en aan elkaar.
Ik leg mijn mantel af in groot vertrouwen dat God oneindig veel guller is, guller met zijn liefde over de wereld strooit dan ik me kan voorstellen.
Die liefde laat zich overal vinden en onverwacht, zomaar hier en daar…

Vertrouw er maar op én doe je mantel af.
Amen